lokalisatie en behandeling
hersenen (CAVM)
ROW van de hersenen leidt soms tot epilepsie, hoofdpijn of hersenbloeding, niet tot migraine.
Hersen (cerebrale) AVM’s (CAVM) komen net als de PAVM bij ROW-1 (15%) vaker voor dan bij ROW-2 (1%). De exacte frequentie van vóórkomen is echter niet bekend, omdat geen grote aantallen ROW-patiënten hierop zijn gescreend en omdat de screeningstechnieken niet waterdicht zijn. De CAVM’s kunnen variëren van kleine teleangiëctasieën tot AVM’s van enkele centimeters, komen overal in de grote hersenen voor en bij een derde van de patiënten zijn er meerdere CAVM’s. De afwijking leidt meestal niet tot klachten, maar soms tot toevallen (epilepsie) of een bloeding. Migraine, wat veel voorkomt bij ROW, is geen symptoom van de CAVM. CAVM’s worden zodoende meestal bij toeval door screening bij volwassenen, maar ook wel bij kleine kinderen gevonden.

De beste vorm van screening is met een MRI-scan met gadolineum, maar hierbij kunnen kleine CAVM's worden gemist. Als er op de MRI-scan verdenking is gerezen op een CAVM, volgt angiografie om de hersenvaten zichtbaar te maken. Aan de hand hiervan wordt besloten of behandeling nodig is. Het doel van de behandeling is het voorkómen van een hersenbloeding en de kans daarop wordt bepaald door het aantal én de grootte van de CAVM’s en de bloeddrukverschillen binnen de afwijking. De behandeling kan bestaan uit bestraling, embolisatie (zie PAVM) of operatie. De resultaten zijn meestal goed.

De meningen over de noodzaak tot screenen op CAVM zijn verdeeld. In de Verenigde Staten is men er toe geneigd iedereen te screenen. In Europa denkt men hier genuanceerder over. Allereerst is de kans op het vinden van een CAVM bij ROW-2 veel kleiner dan bij ROW-1, terwijl de screeningstechniek niet perfect is, behandeling niet altijd mogelijk is en enig risico heeft. De bloedingskans van een CAVM leek in Frans en in een Nederlands onderzoek maar 0,5% - 0,7% per jaar, maar in een Engels onderzoek was dat 1.4 – 2 % per jaar.
Voor jonge patiënten met ROW-1, zeker als er epilepsie bestaat, is screening dus aan te bevelen. Voor andere groepen patiënten is een persoonlijke afweging noodzakelijk.
|