Rendu Osler Weber
St. Antonius Ziekenhuis Leiden
 
home / lokalisatie, behandeling / overige lokalisaties, ruggemerg  
lokalisatie en behandeling
overige lokalisaties, ruggenmerg

Het ruggenmerg is in minder dan 1% aangedaan.

Alle bloedvaten van een ROW-patiënt hebben een tekort aan een bepaald eiwit (zie wat is ROW). Daarom kunnen vaatafwijkingen ook overal voorkomen, zoals in de botten, de blaas, de nieren, de vagina en de kransslagaders. Dit is echter zeer ongewoon.
AVM’s van het ruggenmerg komen bij minder dan 1% van de patiënten voor en leiden meestal op de kinderleeftijd al tot uitvalsverschijnselen, pijn of een dwarslaesie. De diagnose wordt gesteld met MRI en behandeling is vaak mogelijk in zeer gespecialiseerde centra.

Een ‘ruggenmergsprik’ voor verdoving kan bestaan uit epidurale anesthesie of intradurale (spinale) anesthesie. Bij epidurale anesthesie blijft de naald in principe buiten het ruggenmerg en zijn er dus geen complicaties te verwachten. Bij intradurale anesthesie komt de naald binnen het wervelkanaal en kan dus een eventueel aanwezige AVM worden aangeprikt. De kans op een AVM is echter kleiner dan 1%; een MRI wordt wel aanbevolen als er klachten bestaan.